Actualiteiten
SAMENWERKEN IS SAMEN WERKEN
Nieuws uit uw regio

Coalitie Rotterdam haalt niet alle doelen....

De coalitie van PvdA, D66, VVD en CDA in de stad Rotterdam heeft meer dan een derde van de doelstellingen die bij aanvang van de nieuwe collegeperiode waren gesteld, niet gehaald. Zo zijn niet voldoende mensen aan werk geholpen, is de schooluitval niet teruggedrongen en de geluidshinder niet verminderd.

Dat stelt de Rekenkamer Rotterdam donderdag in een onderzoek naar de resultaten van de collegedoelstellingen 2010-2014, ofwel het coalitieprogramma. Bij een derde van de 23 geformuleerde collegedoelstellingen kon geen resultaat worden vastgesteld.............

Lees verderhttp://www.telegraaf.nl/binnenland/22153542/__Coalitie_Rotterdam_faalt__.html

Rotterdam, december 2013

Reacties

Wederom opgeschrikt door een ernstig geweldsdelict. 

Binnen een maand worden we wederom opgeschrikt door een ernstig gewelddelict in onze deelgemeente prins Alexander. Men kan niet meer spreken van een incident. 

Eerder hebben wij, van de Lijst Van Gerdingen, onze zorg uitgesproken over de toenemende woninginbraken en onveiligheid in de wijken van prins Alexander. 

De onstuitbare drang van het College op de Coolsingel om te bezuinigen op het ambtelijk apparaat, Stadstoezicht en de Politie leidt tot onveiligheid op straat.

De grootspraak van wethouder Moti, dat het ambtelijk apparaat met 2500 ambtenaren is wegbezuinigd en dit niet heeft geleidt tot gedwongen ontslagen, schiet zijn doel voorbij.

De verminderde inzet van stadstoezichthouders en de wijkagenten in onze deelgemeente leiden tot onveilige situaties. Wij vinden dat de inzet inmiddels is teruggelopen tot onder een  aanvaardbaar niveau. 

Telkens weer blijkt dat door onvoldoende ”blauw op straat”, de preventieve uitwerking voor de veiligheid op straat, te kort schiet. Wij willen in ons gebied prins Alexander niet terugvallen op het onbetamelijke niveau van het veiligheidsgevoel zoals het gemiddelde peil in de stad Rotterdam. Wat goed is moet goed blijven. Onze wijken waren tot voor kort veilige wijken. Wij zitten niet te wachten op een ”praktische idealist” die verkeerde keuzes maakt, maar verwachten praktisch en realistisch maatregelen om de toenemende onveiligheid een halt toe te roepen

Rotterdam december 2013

lees verder: http://zevenkamp.wordpress.com/2013/12/17/jongen-op-dopheide-beroofd-politie-zoekt-getuigen/ 

Reacties

Voorheen de deelraad; nu de Gebiedscommissie Prins Alexander

Met ingang van 19 maart 2014 zal het nieuwe bestuursmodel van de gemeente Rotterdam worden ingevoerd. De huidige deelgemeenten zullen dan worden opgeheven en worden vervangen door zogenaamde gebiedscommissies.

De gebiedscommissies zullen onderdeel gaan uitmaken van het totale stadsbestuur. Een gebiedscommissie zal dus geen zogenaamde ‘deelgemeente-light’ zijn. De gemeenteraad, het college en de gebiedscommissies vormen gezamenlijk de gemeentelijke overheid.

Met ieder zijn eigen rol: De gemeenteraad stelt de kaders, het college verzorgt de uitvoering binnen die kaders en de gebiedscommissies verzorgen het maatwerk in het gebied op grond van de kennis die zij van het gebied hebben.

De is in de gebieden Charlois, Delfshaven, Feijenoord, Hillergersberg - Schiebroek, Hoek van Holland, Hoogvliet, IJsselmonde, Kralingen, Crooswijk, Noord, Overschie, Pernis, prins Alexander, Centrum, Rozenburg.

De taken en bevoegdheden van de gebiedscommissies zijn helder vastgelegd door de gemeenteraad van Rotterdam: Adviseren, participatie organiseren en toezien op de uitvoering. In het stadsgebied prins Alexander zullen 15 leden plaatsnemen in de Gebiedscommissie, waaronder de voorzitter en de twee vice-voorzitters.

Het Gebiedsplan

Op alle onderwerpen die voor een gebied van belang zijn kan de gebiedscommissie het stadsbestuur gevraagd en ongevraagd adviseren. Een belangrijk instrument is het gebiedsplan. De commissie maakt samen met bewoners, ondernemers en andere partners in de wijken van het gebied zo'n plan: een bundeling van ideeën om de wijk te verbeteren. Het plan betreft specifieke gebiedsopgaven die nog niet zijn opgenomen in de stadsbrede uitvoeringsprogramma's.

Het gaat dan met name over veiligheid, de buitenruimte en voorzieningen in de wijk.

De plannen liggen in lijn met de taken die de gebiedscommissie uitvoert namens of in opdracht van de gemeenteraad en het college van B en W.  

De gebiedsdirecteur stelt het gebiedsplan op in opdracht van de gebiedscommissie en in overleg met alle partijen. Het plan wordt vervolgens als een advies voorgelegd aan de gemeenteraad.

De gemeenteraad maakt bij de toekenning van middelen voor de uitvoering van het plan een stadsbrede afweging als onderdeel van de gemeentebegroting.

De gebiedscommissies hebben nadrukkelijk de taak bewoners en bedrijven op allerlei manieren te betrekken bij het maken van plannen voor de wijk. Zij organiseren en faciliteren participatie en stimuleren initiatieven van wijkbewoners via allerlei bekende maar ook nieuwe manieren, zoals digitale raadplegingen en wijkreferenda.

De gebiedscommissieleden en de gebiedsdirecteur, de gebiedsmanagers en andere ambtenaren kennen hun wijken en buurten. Commissie en directeur zijn samen verantwoordelijk voor het organiseren en faciliteren van participatie. De directeur organiseert bewoners bijeenkomsten, zet wijkreferenda op en vindt andere (nieuwe) manieren om bewoners te betrekken.

Participatie

De gebiedscommissie toetst of er voldoende geparticipeerd is. Bij onvoldoende bruikbaar resultaat kan de commissie het proces laten overdoen.

Bestaande en beproefde methoden worden doorontwikkeld en nieuwe innovatieve methoden toegevoegd. Er is al veel ervaring opgedaan met bijvoorbeeld een methode als Buurt Bestuurt. Alle methoden worden geïnventariseerd. Zo ontstaat de Rotterdamse standaard voor effectief participeren. Een leidraad, toolkit en handleiding ineen. Dit is een dynamisch instrument en is bedoeld voor gebiedscommissies, professionals en beleidsmakers in de wijk.

Toezicht op de uitvoering

Een andere taak van de gebiedscommissie is toezien op de goede uitvoering van het door de gemeenteraad vastgestelde gebiedsplan. Verloopt iets niet volgens afspraak, dan kan de gebiedscommissie dit aankaarten bij de gebiedsdirecteur en - indien nodig - rechtstreeks bij de gemeenteraad.

Het Mandaat

De kracht van de gebiedscommissie is dat die haar mandaat haalt uit het draagvlak onder buurtbewoners en niet uit formele bevoegdheden en budgetten. Een gebiedsplan dat in samenspraak met bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties in een gebied tot stand is gekomen, weegt zwaar voor de gemeenteraad. Het stadsbestuur zal plannen uit de gebieden met een breed draagvlak onder de bewoners serieus beoordelen.

Als de uitvoering van het door de gemeenteraad vastgestelde gebiedsplan niet goed verloopt, kan de gebiedscommissie dit via de gebiedsdirecteur ambtelijk opschalen. De gebiedsdirecteur valt rechtstreeks onder de gemeentesecretaris (de algemeen directeur van de gemeente Rotterdam). Daarnaast kunnen gebiedscommissieleden ook politiek opschalen: er zijn korte escalatie lijnen richting wethouders en gemeenteraad.

De gebiedscommissie krijgt de beschikking over een budget om bewoners te betrekken bij plannen en bewoners initiatieven uit de wijken te ondersteunen. Ideeën voor een gebied – groot en klein, voor de korte en de lange termijn – kunnen op deze manier door een gebiedscommissie op de agenda worden gezet van de gemeenteraad.

Er horen vooral mensen  plaats te nemen in de gebiedscommissie die middenin de samenleving staan. Mensen met een eigen netwerk in b.v. de ondernemingen, de maatschappelijke instellingen enz. Mensen die samen met de burger idieen kunnen bundelen om de wijken te verbeteren.

Reacties

De Rotterdamse Economie

Economie is meer dan bedrijven, bedrijfsruimten en infrastructuur.

Het toekomstige succes van de Rotterdamse economie hangt meer af van menselijk talent, het woon- en leefmilieu en de innovatiekracht van het bedrijfsleven.

Algemeen

Zoals in elke regio drijft in Rotterdam een groot deel van de economie op het ondersteunen van de eigen bevolking. Circa 186.000 banen zijn direct gekoppeld aan de verzorging van de bevolking. De 174.000 overige banen zijn te danken aan de regio-functie van de stad.

Rotterdam heeft, naast het verhogen van het opleidingsniveau van de (beroeps) bevolking, het meest te winnen bij meer kennisintensieve werkgelegenheid en mede daarvoor, een verbetering van het woon- en leefmilieu. Het opleidingsniveau is hier lager dan in de andere grote steden.

Stel dat het opleidingsniveau hier even hoog zou zijn als in de andere steden, dan zou de stad ongeveer 45.000 arbeidsplaatsen méér hebben gehad dan nu het geval is. Zo groot is de invloed van het opleidingsniveau op de groeikracht van de werkgelegenheid.

Het verhogen van het opleidingsniveau is een zaak van beleid gericht op onderwijs, maar heeft ook te maken met de aantrekkelijkheid van Rotterdam als werkstad en als woon- en bezoekstad. Via het lokale beleid is invloed uit te oefenen op het verlagen van schooluitval en het stimuleren van doorleren. Bij het leefklimaat gaat het misschien nog wel meer om investeringen in voorzieningen en de kwaliteit van de openbare ruimte dan in woningen zelf. Daarom is het ruimtelijk ordenings- en stedenbouwkundig beleid ook economisch relevant.

Het Bedrijfsleven

Vernieuwing in bedrijven is continu nodig om nieuwe inkomsten te genereren en de productiviteit te verhogen. Aan organisatorische vernieuwingen wordt in Rotterdam relatief veel gedaan en ook telt de stad verhoudingsgewijs veel startende ondernemers. Het bedrijfsleven in Rotterdam en de andere grote steden doet vooral minder aan technologische (product) innovaties.

Dat maakt dat de innovatieprestaties van het Rotterdamse bedrijfsleven onder het Nederlands gemiddelde liggen.

Zaken als het ondersteunen van lokale kennisvalorisatie en van starters zijn mogelijkheden om via lokaal beleid de innovatiekracht van de Rotterdamse economie te stimuleren. De economie van Rotterdam is gekrompen, maar beperkter dan de krimp van de gehele Nederlandse economie. Een opvallend gegeven, aangezien deze regio relatief conjunctuurgevoelig is vanwege de rol van de Rotterdamse haven. De krimp is ook niet hoger uitgevallen dan die in de andere grote steden.

Ondanks de recessie is de werkgelegenheid licht toegenomen en ook dat is tegen de landelijke ontwikkeling in. De zakelijke dienstverlening en zorgsector zijn voor de banengroei verantwoordelijk. De economische crisis heeft de werkgelegenheid in de industrie, groothandel en logistiek wel geraakt.

De hoogste procentuele groei wordt gerealiseerd in de horeca en de zorgsector, gevolgd door zakelijke diensten. In absolute zin is de toename van het aantal arbeidsplaatsen vooral te danken aan zakelijke diensten en de zorgsector.

Starters blijken door de jaren heen en positieve bijdrage aan de werkgelegenheidsgroei in Rotterdam te leveren.

De non-profit sector is de belangrijkste motor achter de lichte werkgelegenheidsgroei. Deze sector blijft bovendien de top-25 grootste werkgevers in Rotterdam domineren. Traditioneel zijn de gemeente en het Erasmus Medisch Centrum veruit de grootste werkgevers in de stad.     

Onze Haven

De Rotterdamse haven herstelt zich weer. De groei van de overslag is vooral te danken aan de overslag van containers en droge massagoederen (ijzererts en schroot). Het groeitempo van de Rotterdamse haven ligt sinds een aantal jaar hoger dan dat van zijn West-Europese concurrenten Le Havre, Antwerpen en Hamburg. Hierdoor is het marktaandeel van Rotterdam in deze Europese havenregio inmiddels weer verbeterd.

Die groei is te danken aan de sterke stijging van de productiviteit en aan haven-gerelateerde activiteiten die elders in Nederland plaats vinden. Daarom bleef de direct aan de haven gerelateerde werkgelegenheid in de gemeente Rotterdam rond het zelfde niveau schommelen.

In 2010 heeft het Havenbedrijf € 370 miljoen geïnvesteerd in de aanleg van de Tweede Maasvlakte. Het havengebied moet goed bereikbaar blijven.

Onze luchthaven

Rotterdam The Hague Airport heeft de ambitie de beste regionale luchthaven in Nederland te zijn en op Europees niveau te behoren tot de beste van zijn soort.

Rotterdam The Hague Airport wil de glanzende voordeur voor onze steden en regio zijn. Heel concreet betekent dit dat er op dit moment, behalve verdere ontwikkelingen van het aantal bestemmingen, een begin is gemaakt met en totale herinrichting van het luchthaven terrein. Goede bereikbaarheid met het openbaar vervoer is dan ook vanzelfsprekend. 

Werk en inkomen

In de stad Rotterdam is veel werkgelegenheid aanwezig in verhouding tot de omvang van de bevolking van 15 t/m 64 jaar. In de rest van de regio Rotterdam geldt een tegenovergesteld beeld.

Ondanks de omvangrijke werkgelegenheid in de stad nemen nog steeds veel mensen tussen de 15 t/m 64 jaar niet deel aan de arbeidsmarkt. Het aandeel van de beroepsbevolking dat betaald werk heeft, is in Rotterdam eveneens lager dan in de andere grote steden en Nederland.

De werkgelegenheid in de stad Rotterdam wordt voor een groot deel bezet door bewoners uit de omliggende regio, die gemiddeld beter opgeleid zijn dan de Rotterdammers zelf.

Mede daardoor is er een hogere werkloosheid, meer dan 15% van de Rotterdamse beroepsbevolking is werkzoekende zonder werk. Dat aandeel is twee maal zo hoog als het Nederlands gemiddelde.

Op en rondom Rotterdam zitten veel bedrijven in de groeiende energie-, zorg, chemie- en logistieke sector. De jonge bevolking van Rotterdam moet de komende jaren klaar gestoomd worden om de vraag naar goed opgeleid personeel in deze sectoren te kunnen beantwoorden. Zo ontstaat een banenmotor waarmee Rotterdam jaren vooruit kan. Om dit vaart te geven moeten er alliantie komen die grote groepen uitkeringsgerechtigden gaat trainen, begeleiden en voorbereiden op instroom op de arbeidsmarkt.

Deelname hieraan is niet vrijblijvend; afwijzing van het aanbod heeft gevolgen voor de uitkering.

Kennis en innovatie

Het Rotterdamse bedrijfsleven biedt minder werk aan kenniswerkers dan het bedrijfsleven in de andere grote steden.

Waar het gaat om innovatie doet Rotterdam het vooral goed op het gebied van organisatorische vernieuwingen binnen bedrijven en instellingen. Rotterdamse bedrijven halen, in vergelijking met de andere grote steden en het Nederlands gemiddelde, echter een veel beperkter deel van hun omzet uit nieuwe producten. Dit is in lijn met het relatief beperkte aantal bedrijven in Rotterdam dat octrooi aanvraagt. Het totaal aantal aanvragen ligt nog vrij hoog, maar dat is voor een groot deel te danken aan de vele aanvragen van één groot bedrijf: Unilever.

De innovatiegraad van de Rotterdamse industrie als geheel is lager dan die van de Nederlandse industrie. In de distributiesector en de zakelijke dienstverlening ligt die graad juist hoger dan het landelijk gemiddelde. Ondanks de recessie is de werkgelegenheid licht toegenomen en ook dat is tegen de landelijke ontwikkeling in. De zakelijke dienstverlening en zorgsector zijn voor de banengroei verantwoordelijk. De economische crisis heeft de werkgelegenheid in de industrie, groothandel en logistiek wel geraakt.

De hoogste procentuele groei wordt gerealiseerd in de horeca en de zorgsector, gevolgd door zakelijke diensten. In absolute zin is de toename van het aantal arbeidsplaatsen vooral te danken aan zakelijke diensten en de zorgsector.

Starters blijken door de jaren heen en positieve bijdrage aan de werkgelegenheidsgroei in Rotterdam te leveren.

De non-profit sector is de belangrijkste motor achter de lichte werkgelegenheidsgroei. Deze sector blijft bovendien de top-25 grootste werkgevers in Rotterdam domineren. Traditioneel zijn de gemeente en het Erasmus Medisch Centrum veruit de grootste werkgevers in de stad.

 

Reacties

Niet gaan stemmen bij de gemeenteraadsverkiezingen?

Laat het niet aan een ander......

Als nieuwkomer in de politieke arena besloot de fractievoorzitter van Leefbaar Rotterdam Prins Alexander in 2010, zijn onervaren ploeg bij te scholen in het politieke spel. 

Soms kan politiek verrassen, af en toe kan het je verbazen en heel soms ook verbijsteren.....

lees verder: http://achterdepvv.com

en de motivatie van de auteur: http://achterdepvv.com/motivatie/

Citaat:

Enkele jaren geleden gaf ik (dr. C.Aalberts, redactieteam)  een training aan leden van een lokale politieke partij. Hun partij had een duidelijk rechts-populistisch profiel. Op de laatste avond hadden we vijf minuten over. Mijn onderzoekershart begon sneller te kloppen. Zouden deze deelnemers PVV-aanhangers zijn? En zo ja, waarom zouden ze dan op de PVV stemmen?

We maakten een rondje, en de helft van de zaal zei zonder twijfel PVV te stemmen. Zij vonden dat er geen andere keus was. De andere helft twijfelde nog tussen PVV en VVD. Slechts één aanwezige zei niet op de PVV te stemmen en zeker voor de VVD te kiezen. Hij had een hekel aan Wilders.

Dr. Chris Aalberts is docent en onderzoeker politieke communicatie. Hij doet voornamelijk kwalitatief onderzoek naar hoe burgers politiek ervaren en hoe zij tegen politiek aankijken. Daarnaast onderzoekt hij hoe burgers door politici en maatschappelijke organisaties bij de politiek worden betrokken.
Hij werkt aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en de Haagse Hogeschool.

De fractievoorzitter van de partij voor en door Rotterdammers?

In februari 2013 stapte ik uit de fractie van Leefbaar Rotterdam in de deelgemeente prins Alexander.

Ik kan het weten. Die éne aanwezige....., dat was ik.

Wim van Gerdingen

fractievoorzitter

Lijst Van Gerdingen

Reacties

In Rotterdam werk en bouw je aan je toekomst.

Nieuwbouwprojecten.

Er wordt ingezet op taken die echt belangrijk zijn voor de stad. De recessie heeft zijn weerslag op de bouw van woningen gehad. Wij geven particulieren en projectontwikkelaars de ruimte om hun plannen binnen de wet en regelgeving vorm te geven. Wij vinden dat de overheid moet faciliteren en samen met de partijen de plannen de kansen te geven die het verdienen.

Ondanks de beperkte financiële middelen, die de lokale overheid tot haar beschikking heeft, moet er veel gedaan worden.

Renovatie en vervanging.

Er is werk aan de winkel op het gebied de aanpak van de verouderde woningbouw in Rotterdam. Wordt het renoveren en moderniseren of wordt het slopen en vervangen. Met name op Rotterdam-Zuid moet de komende 20 jaar de sprong worden gemaakt.

Dit is de gezamenlijke ambitie waaraan de gemeente Rotterdam, het rijk en alle bij Rotterdam betrokken partijen zich vandaag hebben verbonden met het ondertekenen van het Nationaal Programma Kwaliteitsprong Zuid.

Het programma bevat een uitwerking om de schouders te zetten onder een gezamenlijke aanpak van de fysieke, sociale en economische problemen op Rotterdam-Zuid.

De stad Rotterdam, het rijk, bewoners, woningcorporaties, bedrijfsleven, scholen en lokale partners zullen gezamenlijk vanuit een gedeeld einddoel en visie aan de slag moeten om doorbraken te realiseren in Zuid: een gebied met ruim 200.000 inwoners.

Rotterdammers zullen als vanzelfsprekend de doelstellingen van dit plan inderschrijven. Met als einddoel dat Rotterdam-Zuid in 2030 op hetzelfde gemiddelde niveau scoort van Amsterdam, Den Haag, Utrecht en de rest van onze stad. Als tussenstap naar dat einddoel is in het programma opgenomen dat Zuid in 2020 het gemiddelde niveau van Rotterdam scoort.

De opgave bij deze pijler is fors: in 20 jaar tijd eenderde van de woningvoorraad op Zuid verbeteren of te vervangen, inclusief de buitenruimte. De investering die hiervoor wordt gedaan is aanzienlijk. Zo aanzienlijk dat het de spankracht van gemeente en corporaties in de stad ver te boven gaat. Het gaat hier om zo’n 35.000 woningen: 12.000 corporatie-woningen en 23.000 particulier bezit. Gemeente en rijk nemen samen de verantwoordelijkheid om van deze opgave een concreet resultaat te maken.

 Verkeer en mobiliteit.

"Een aantrekkelijke stad is een bereikbare stad", maar dit mag niet leiden tot verkeersfrustratie in het centrum van onze stad. Rotterdam moet bereikbaar zijn voor het woon en werkverkeer. Bereikbaar voor alle bezoekers van de stad, maar tot aan de grens van het buitengebieden.  

Het inrichten van een transferium nabij de metro en busstations, aan de grenzen van onze stad. Een goede oplossing om verkeerschaos in ons centrum te voorkomen en zo verkeersoverlast en vervuiling in de stad te reduceren.

Kortom we willen een efficiënt en dynamisch verkeersmanagement.

Het is belangrijk om een goed en betaalbaar openbaar vervoer te faciliteren om snel van A naar B te kunnen komen. Betaalbaar OV voor alle Rotterdammers, naar draagkracht en vermogen. Ook dit draagt bij aan het vestigingsklimaat, onze economie en het maakt het leven in deze stad prettiger. 

Reacties

Rotterdam is geconfronteerd met bezuinigingen, opgelegd door ”Den Haag”. 

Invoering Jeugdwet, WMO en Participatiewet

Met ingang van 1 januari 2015 zullen binnen het sociale domein drie decentralisaties worden doorgevoerd:

       •      De invoering van een nieuwe Jeugdwet; 

       •      De invoering van de Participatiewet;  

       •      De overheveling van een aantal taken naar de WMO. 

Als gevolg hiervan zal de gemeente per 1 januari 2015 verantwoordelijk worden voor de uitvoering van: 

       •      de gehele Jeugdzorg;

       •      de  sociale werkvoorziening;

       •      de begeleiding, verzorging en ondersteuning van de kwetsbare groepen 

Deze veranderingen vragen ook aanpassingen in de gemeentelijke dienstverlening

jegens de woon-, zorg- en welzijnspartners en de burger.

Onze Jeugdzorg

Een voordeel van de transitie van de verantwoordelijkheid voor de Jeugdzorg naar de gemeente is dat zich nu de mogelijkheid voordoet om de Jeugdzorg op een nieuwe, betere en goedkopere manier te organiseren.

Onze Ouderenzorg

In het kader van de overheveling van de AWBZ-taken naar gemeenten zullen gemeenten per 1 januari 2015 de volledige vrijheid krijgen om zelf te bepalen wie de voorzieningen uit de WMO echt nodig heeft. 

Rotterdammers zullen hier vanaf 1 januari 2015 pas voor in aanmerking komen als ze deze hulp echt nodig hebben én de kosten hiervoor niet zelf kunnen betalen. De lastenverdeling dient naar vermogen en draagkracht te worden belast.

Van een verzekerd recht stappen we over naar een voorziening waarbij de gemeente moet besluiten wie voor deze voorziening in aanmerking komt en wie niet.

Echter moet de lastenverdeling naar draagkracht en vermogen worden zijn.

Huishoudelijke hulp

Rotterdam heeft met de zorginstellingen afspraken gemaakt over huishoudelijke hulp en vastgelegd in zogenoemde prestatieafspraken. Een woning moet "schoon en leefbare woonomgeving zijn". Zo simpel kunnen verwachtingen zijn. Maar is de praktijk dat ook?

De omvangrijker verandering ten gevolge van de drastische bezuinigingen in de huishoudelijke ondersteuning is niet over een leien dakje gegaan.

Het is belangrijk dat de meest ouderen onder onze bewoners de zorg krijgen die zij nodig hebben. De gemeente moet toezien of de gemaakte afspraken worden nagekomen. Er wordt hierbij ook een beroep gedaan op de eigen initiatieven en zelfredzaamheid van de burger zelf.

Met elkaar zullen we voor een aanvaardbaar en betaalbaar systeem moeten zorgdragen.

Huishoudelijk zorg is verandert van een brede voorziening met een preventief effect, in een vangnet voor de kleine groep meest kwetsbare mensen. Afspraken als ”een huis moet schoon en leefbaar zijn” mogen niet leiden tot vervuiling en verwaarlozing. Uitgangspunt moet zijn dat de kwetsbare groepen in onze samenleving niet aan hun lot worden overgelaten. De gemeente is verantwoordelijk voor de zorg voor deze mensen.

De vrijwilligers moeten niet verplicht worden om de drastische bezuinigingen op de maatschappelijke voorzieningen te compenseren. Als men wil dat deze mensen toch voldoende en kwalitatief hoogwaardige zorg ontvangen, dan zal er een oplossing gevonden moeten worden om de benodigde vormen van kwalitatief hoogwaardige zorg op een goedkopere en doelmatiger manier te organiseren. Men zou in dit verband ook kunnen zeggen dat men dan op zoek moet gaan naar een zinnige en zuinige zorg. 

Wanneer er meer controle is op de begrotingen en de uitgaven van overheidsgelden, zal er mindér bezuinigd behoeven te worden op de zaken die nodig zijn voor een solidaire samenleving. 

Onze Kwetsbaren

De groep mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering en de groep mensen die bijstand ontvangen, zijn mensen die als gevolg van hun (fysieke, materiële of geestelijke) beperkingen soms moeite hebben om goed te deelnemen aan de samenleving. In die zin vormen deze groepen mensen een risicogroep als het gaat om hun eigen welzijn. Een mogelijkheid die zich in dit verband aandient is de tegenprestatie die bijstandsgerechtigden met het oog op het verkrijgen en behouden van hun uitkering moeten gaan leveren.

Een sociale dienstplicht voor jongeren is een optie die overwogen en onderzocht dient te worden. In plaats van een uitkering te krijgen is een vergoeding voor de inzet van geleverde diensten in één van de zorginstellingen, maatschappelijke- of culturele instellingen, een mogelijkheid om werkervaring op te doen.

De Participatiemaatschappij

De toekomst brengt een verschuiving van een verzorgingsmaatschappij naar een participatiemaatschappij. De inzet van de eigen kracht van de burger en het sociaal netwerk van de burger staan centraal. Verder zal het stimuleren en faciliteren van de beweging richting zelfraadzaamheid, betaalbare en toegankelijke ondersteuning voor wie dat nodig heeft en effectievere inzet van ondersteuning leiden tot een sociaal verantwoorden verandering. Hoe minder bureaucratie, hoe meer aandacht er aan het zorg- en welzijnswerk kan worden besteed. 

Participatie betekent echter niet dat de overheid zal zeggen

”Wij hebben er over nagedacht, u heeft uw inspraak gehad en alstublieft, van af nu is het úw zorg. Succes ermee”.

Reacties

 Het ambtelijk apparaat.

Een prettige woonomgeving, heel, schoon en veilig, is een vanzelfsprekendheid. 

Daar hoort een efficiënt ambtelijk apparaat van Stadsontwikkeling, Stadsbeheer, StadstoezIcht en  Politieorganisatie onderdeel van te zijn. 

Dat de gemeentelijke organisatie fors is ingekrompen, hebben de Rotterdammers aan de lijve mogen ondervinden. Langere wachttijden bij de stadswinkels, minder toezicht op straat, meer overlastgevers en een toename van de criminaliteit in de stad.Veel ambtelijke ondersteuning is uitbesteed en kost indirect meer geld, weggezet op een ander begrotingspost.

Bezuinigingen zijn ten koste gegaan van de dienstverlening.

Verdere bezuinigingen op het personeel, dat controle op fraudebestrijding, wet- en regelgeving moet uitvoeren, wordt stop gezet. Rotterdammers willen effectiviteit, efficiëntie en kwaliteit, maar ook kwantiteit.

Kortom: Rotterdammers willen een gemeentelijke organisatie met een goede dienstverlening, doelmatig en klantvriendelijk. Welliswaar met een afgeslankte structuur, maar niet als een uitgeklede organisatie, staat de vierde macht hun mannetje in dienst van ons, de Rotterdammers.

Geen rompslomp; maar een zakelijke aanpak en minder overbodige en tegenstrijdige regeltjes. Het gebruik van internet en websites is onomkeerbaar, maar mag nooit de burger frustreren in het zoeken naar informatie op deze digitale snelweg. Die moet klantvriendelijk en hanteerbaar zijn voor alle Rotterdammers. Het mens-mens contact moet blijven. In de Stadswinkel moet de bereikbaarheid van de overheid door de burger gemakkelijke zijn en eenvoudig verlopen. 

Toezicht op de uitvoering van bouwopdrachten, werkzaamheden in de buitenruimte, brandveiligheid in onze woongebouwen, scholen en bedrijfshuisvesting en openbare gebouwen.  Controle op de gemeentelijke financiële uitgaven en toetsing van de beoogde doelstellingen inzake kwantiteit en kwaliteit en daadwerkelijk levering.

We kunnen niet alles overlaten aan "de markt", maar zullen ook moeten controleren en handhaven. Vanuit de overheid met kwantitatieve en kwalitatieve inzet.

De Rotterdamwet

De Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek van 22 december 2005 is een Nederlandse wet die werd aangenomen om het aantal personen met een laag inkomen in stadswijken te reguleren.

Wanneer minimaal 25% van de bewoners van een wijk niet-actief zijn en het aantal huishoudens met een laag inkomen 45% van het inwonertal van de wijk vormen treedt de wet in werking. De desbetreffende wijk kan dan als kansen-zone worden aangewezen en aan nieuwkomers die minder dan zes jaar ingezetenen zijn van de regio kunnen inkomenseisen worden gesteld alvorens ze zich in de wijk kunnen vestigen.

Deze wet maakt het mogelijk dat de overheid paal en perk stelt aan avonturiers en gelukzoekers die hier kortstondig willen verblijven, kortdurend werk zoeken en de sociale huisvesting en woonomgeving frustreren. Rotterdam is geen doorgangshuis voor de rest van Europa.

Onze bevolking moet zich thuis kunnen voelen, onder gelijkgestemden.

Rotterdam, november 2013



Reacties

We hebben specifiek onderwijs nodig, om vooruit te komen...

Rotterdam is de werkstad bij uitstek van ons land. De haven en bedrijfsleven hebben specifiek opgeleiden menskrachten nodig om de economische ontwikkelingen bij te blijven. Het faciliteren van alle soorten onderwijs in de stad is van belang. 

Goed onderwijs staat aan de basis van de ontwikkeling van mensen, waardoor ze kunnen meedoen in de samenleving en de verantwoordelijkheid willen en kunnen nemen voor zichzelf en hun omgeving. 

Niet alleen het universitaire onderwijs is van belang voor onze stad. De Erasmus universiteit en het Erasmus MC staan op grote hoogte in kwaliteit en diversiteit. Een groot deel van de universitaire studenten in Rotterdam komt oorspronkelijk niet uit de stad. Zij vormen in potentie een aanwinst voor de Rotterdamse arbeidsmarkt.

Het hoger- en middelbaar beroepsonderwijs (HBO-MBO) zal kwalitatief verbeterd moeten worden. Op de vakscholen voor het technisch onderwijs wordt geleerd hoe je met je handen kunt werken. Vakmensen zijn van wezenlijk belang voor de stad Rotterdam.

Het verbeteren van de opleidingen in de Regionale Opleiding Centra staat hoog op ons lijstje.

Het voortgezet onderwijs dient de samenwerking met de maatschappelijke instellingen nog meer aan te halen. Vroegtijdige schooluitval, nog altijd een van de grote problemen bij het VMBO en het MBO, wordt bij de kern aangepakt. Kennis is ook elkaar leren kennen. Onbekend maakt onbemind. Een nauwe samenwerking tussen voortgezet onderwijs en bedrijfsleven, zal de overgang van school naar werk versoepelen.

Aantrekkelijk en toekomstgericht onderwijs voor iedereen. Alle kinderen, ook die met verschillende capaciteiten en talenten, moeten maatwerk in opleidingstempo en niveau krijgen. Het onderwijs dient nadrukkelijk van goede kwaliteit te zijn. Het argument van beoogde kwaliteitsdoelstellingen mag door scholen niet worden gebruikt om de vrije schoolkeuze van de ouders te beperken. De wijkgebondenheid van het basisonderwijs staat voorop.

In Rotterdam is er nog steeds een hoog percentage jongeren dat het onderwijs vroegtijdige verlaat. Het beleid tegen schooluitval moet gericht zijn op zowel ‘belonen’ als ‘straffen’. Een strenge aanpak kan schooluitval voorkomen. Evenals aantrekkelijker onderwijs. Hierbij is een sterk en gemotiveerd docententeam op scholen, een effectieve samenwerking met jeugd- en gezinsondersteuning en een intensieve betrokkenheid van ouders van essentieel belang.

Avondonderwijs is een onderbelichte vorm van "jezelf ontwikkelen in de eigen tijd" Rotterdam kent veel volwassen die nadenken over hun toekomst en willen doorstromen naar een andere baan of hun vakkennis willen verhogen en verbeteren. Dit vereist dat het volwassenenonderwijs voldoende aanbod levert en dat bedrijven meer oog krijgen voor de mogelijkheden van duaal werken en leren. De kwaliteit dient van hoog niveau te zijn en geeft zo een stimulans voor de studenten.

Stageplaatsen (K)MBO en HBO

Stageplaatsen voor de leerlingen in het beroepsonderwijs moet gefaciliteerd worden en afgestemd op de behoefte in het bedrijfsleven. Sinds decennia is daarin te kort geschoten. Vakmensen opleiden is van essentieel belang voor ons bedrijfsleven. De ondernemers zullen daarin zelf ook hun verantwoordelijkheid moeten nemen en in overleg treden met de opleidingsinstituten.

Rotterdam kent veel jong talent en daarmee een groot arbeidspotentieel om de economie van de regio te versterken. Dit arbeidspotentieel is een belangrijk antwoord op de vergrijzingsproblematiek in andere delen van Nederland. Om dat jonge talent te ontwikkelen wordt stevig ingezet op scholing, vakmanschap en doorleren en het voorkomen van schooluitval. Zoveel mogelijk jongeren moeten met minimaal een startkwalificatie de arbeidsmarkt op.

Multifunctioneel onderwijsvastgoed

Om de sleutelrol te kunnen vervullen, dienen scholen letterlijk en figuurlijk midden in de maatschappij te staan. Voor het basis- onderwijs betekent dit aantrekkelijke schoolgebouwen in de buurt, in combinatie met buurtgerichte activiteiten zoals jeugdzorg, kinderopvang of culturele activiteiten. Scholen kunnen een multifunctionele rol gaan innemen in onze maatschappij en behoren goede naschoolse opvang, huiswerkbegeleiding en andere coaching mogelijkheden aan te bieden. 

Reacties